Een gouden kooi is prima, maar houd de deur op een kier

Waarom werk je? Voor de baas of voor jezelf? Voor brood op de plank of een nieuwe Tesla? Voor een bijdrage aan de maatschappij of om jezelf te ontwikkelen? Welke reden dan ook, bij werk hoort altijd een beloning.

Daarbij denk je vast als eerste aan het salaris. Logisch, want dit is de meest tastbare beloning. Die beloning bestaat om te motiveren en drukt op een minder opvallende manier jouw kapitalistische waarde in de maatschappij uit. Mensen met goed betaalde banen worden op een voetstuk geplaatst, terwijl op mensen die weinig verdienen sneller wordt neergekeken. Dit staat meestal los van de échte toegevoegde waarde aan de samenleving. Ik wil graag pleiten dat het salaris maar een klein onderdeel is van het gehele arbeidsvoorwaardenpakket, en dat je je er dus niet blind op moet staren. Ik werk met verschillende werkgevers in de financiële sector, en in dit stuk beschrijf ik hoe zij verschillen en zich profileren met hun arbeidsvoorwaarden.

Detacheerders beloven veel

Detacheerders verleiden net afgestudeerde werknemers met de belofte van een leaseauto, een prachtig loon, grote beloftes omtrent ontwikkeling en doorgroeimogelijkheden. Dat klinkt natuurlijk erg mooi, maar er zitten wel een paar addertjes onder het gras. Met zo’n leaseauto wordt dan wel van je verwacht dat je tot 100 kilometer van je woonplaats gaat werken, dus tot 200 kilometer per dag moet rijden. Je krijgt een contract waar je minimaal 2 jaar aan vast zit, anders betaal je torenhoge kosten als terugbetaling van je opleiding. Je wordt opgeleid tot wat je graag zou willen doen, maar daarvoor is niet altijd genoeg plek bij de opdrachtgevers. Meestal wordt je dus neergezet in een functie waar op dat moment plek is, of wat het meeste winst maakt. Als je hiermee om kunt gaan krijg je wel mooie kansen om bij meerdere bedrijven ‘een kijkje in de keuken te nemen’, en dit staat prachtig op je CV. Ook bieden detacheerders een redelijke baanzekerheid door het grote netwerk aan werkgevers. Als je na twee jaar bij de detacheerder wil vertrekken, ben je een auto van de zaak gewend, wil je gratis opleidingskosten en een salaris dat bijna geen enkele werkgever kan bieden aan iemand met nog maar twee jaar werkervaring. Je kunt dus spreken van een ‘gouden kooi’.

Banken trekken nog steeds carrièretijgers

Banken staan van oudsher in de top 10 van favoriete werkgevers. De laatste jaren verliezen ze terrein, maar het imago blijft sterk. De bankensector is in mijn optiek nog de enige sector waar het uitgangspunt is: ‘een leven lang werken voor dezelfde baas’. Deze filosofie is goed terug te zien in de arbeidsvoorwaarden. Banken bieden een hoger dan gemiddeld salaris en deze stijgen ook nog eens sneller dan gemiddeld. De hiërarchie van de bank biedt veel mogelijkheden tot verticale promotie, maar een horizontale switch is mogelijk door de vele verschillende diensten die de bank levert. Met deze voorwaarden ben je wel gek om te vertrekken, maar wat als de groei eruit is? Blijf je dan tot je pensioen een specialistisch radertje in de bureaucratische machine? Een overstap is natuurlijk mogelijk, maar waar kun je dan terecht? Als je niet wilt inleveren op het salaris blijven er weinig werkgevers over.

Intermediairs bieden vrijheid en kleinschaligheid

De intermediair is meestal een kleiner kantoor in de regio met een kleiner klantenbestand, minder specialistische kennis, maar met een enorm onafhankelijk aanbod aan financiële producten. Logischerwijs kan een intermediair vaak niet tippen aan het salaris van een grotere, gevestigde financiële instelling. Dat het salaris over het algemeen lager ligt, betekent niet dat de arbeidsvoorwaarden in hun geheel achterblijven. Waar banken en detacheerders kunnen smijten met geld, is de intermediair meer gefocust op arbeidsvoorwaarden die eigenlijk niet uit te drukken zijn in geld. Denk aan korte lijntjes, een platte organisatiestructuur, een breed takenpakket, een hoge mate van autonomie en veel aandacht aan een positieve werksfeer. Vanzelfsprekend zie je deze voorwaarden niet terug op je loonstrook, maar wat mij betreft zijn deze minstens net zo belangrijk als de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. En ook bij intermediairs zul je zeker niet arm worden.

Concluderend

Elke werkgever binnen deze groepen heeft natuurlijk een andere visie omtrent arbeidsvoorwaarden, die is afgestemd op hun doelgroep. En wanneer je binnen één van de doelgroepen valt, betekent dit niet altijd dat de voorwaarden bij jou passen. Een ‘one size fits-all’ bestaat niet. Weeg bij elke werkgever zorgvuldig alle voor- en nadelen af en laat je niet inpalmen door grote beloften. Ik hoop dat de manier waarop verschillende spelers in de financiële sector omgaan met arbeidsvoorwaarden een stukje duidelijker is geworden. In de volgende blog zal ik meer ingaan op de verschillende arbeidsvoorwaarden, de voor- en nadelen en je kritisch laten kijken naar je eigen salaris!

Laat een bericht achter